MEDIA-SYNTAXIS 1: Audiovisueel


Een audiovisueel programma is opgebouwd uit vele representatiesystemen die vaak tegelijkertijd gebruikt worden. Sommige daarvan zijn heel specifiek voor audiovisuele media, zoals cameravormgeving en beeldmontage, andere systemen delen de audiovisuele media met andere media zoals kranten, boeken, radio of theater. Je kunt daarbij denken aan verhalen maar ook aan enscènering van een scène of het gebruik van dialoog. We beperken ons hier tot fictieprogramma's.
In dit deel staan we stil bij een paar specifieke elementen van de syntaxis van av-media:
1. Cameravormgeving
Voor de andere onderdelen kun je doorklikken op onderstaande links.
2. Montage
3. Informatie visualiseren is nog niet in html geschreven.

1. CAMERAVORMGEVING

We beginnen met twee korte scènes waarbij we je vragen telkens een antwoord te geven op een specifieke vraag. Het is hier niet de bedoeling dat je antwoord slim of goed is of het resultaat van kijken en analyseren (dat komt allemaal nog) maar wat je eerste reactie is.

Klik op de foto voor het filmfragment


Het tweede fragment is het openingsshot van de film MARNIE.
Klik op de foto voor het filmfragment


Het is de bedoeling dat je het antwoord dat je gegeven hebt straks, na bestudering van de onderstaande stof, kunt herleiden tot de specifieke mediasyntaxis rond cameravormgeving die hier gebruikt wordt.

De "taal' van de camera: van registratie naar verteltechniek

Bij het beantwoorden van een vraag naar het vervolg van een scène, maak je gebruik van kennis die je opgedaan hebt door het veelvuldig kijken naar films en tv-series. Ook al ben je je van die kennis vaak niet bewust, toch gebruik je deze om te anticiperen op wat er komen gaat. Die kennis heeft onder andere betrekking op de standaardregels voor cameravormgeving. Uiteraard is dat maar één aspect maar we doen even alsof we cameravormgeving van alle andere inhoudskenmerken kunnen isoleren.
Het filmen met een camera is al lang niet meer het louter opnemen van datgene dat voor de camera plaatsvindt. De manier waarop die registratie gebeurt heeft zich bij drama ontwikkeld tot een soort eigen "taal" geabaseerd op regels die in de loop der tijd vanzelfsprekend zijn geworden.
In de geschiedenis zie je het ontstaan van de basisregels.

Klik op de foto om de ontwikkeling van de cameravormgeving als een verzameling aangeleerde codes, geïllustreerd te krijgen.


De eerste stappen in de filmgeschiedenis


We introduceren nu een aantal begrippen die je kunt gebruiken bij de analyse van de cameravormgeving.

Vormgeving in drie vlakken

James Monaco (1984) onderscheidt drie vlakken waarbinnen cameravormgevingsvariaties voorkomen:

Tekening vergroten

Het beeldvlak

In het beeldvlak vind je de kadrering (uitsnede) variërend van:
Panoramashot (Extreem Long shot) Extreem Totaal (long shot) Totaal (medium-long shot) Halftotaal (medium shot/ Amerikaans)
Half close up (medium-close shot) Close shot (close up) Detail shot (extreme close

Als algemene regel veronderstelt men dat naarmate uitsnede kleiner wordt (meer close), er sprake is van meer accentuering: het benadrukken van het moment, de persoon, het drama. De filmmaker anticipeert op de de interpretatie van de kijker door gebruikt te maken van dit type regels.
Kadrering is overigens een relatief begrip. In een scène is het meestal vooral de verandering van kader die ons attent probeert te maken op iets belangrijks.
Naast de specifieke benamingen voor uitsnedes worden er ook nog termen gebruikt die refereren naar de inhoud. Zo is een "two-shot" een shot waarbij twee mensen in beeld zijn. Wat een "one-shot" is, spreekt dan vanzelf.
Verder worden in het beeldvlak ook vaak termen gebruikt die de functie van een shot aangeven. Het meest bekend zijn de termen establishing shot. Dit is een shot dat de situatie duidelijk maakt: waar we zijn of met wie we te maken hebben. Vaak is dit een totaal shot maar noodzakelijk is dat niet. In tv-series zien we dan vaak een gebouw van buiten om vervolgens naar binnen te snijden. Daarmee suggereer je dat "binnen" in dat gebouw is. In werkelijkheid is dat natuurlijk een studio maar de suggestie werkt. We komen erop terug bij montage.
Een mastershot is een shot waarin je in principe de hele scène zou kunnen zien. Het geeft het overzicht van de situatie die zich gaat ontwikkelen. De scène opent meestal met het mastershot om vervolgens gedecoupeerd, te worden. Decoupage is het onderverdelen van een scène in verschillende shots. Zie ook bij montage.

Het dieptevlak

In het dieptevlak vind je de perspectieven in het verticale vlak. De meest extreme variaties zijn:
Vogelperspectief Neutraal Kikkerperspectief

Onderaanzichten en kikkerperspectieven laten de kijker opkijken naar degene die afgebeeld wordt waardoor die meer status zou krijgen. Het omgekeerde geldt voor bovenaanzichten en vogelperspectief. In een scène kunnen zo machtsverhoudingen tussen personen benadrukt worden. Voor het idee dat een simpele stimulus (kikkerperspectief) leidt tot een eenduidige respons (bewondering bijvoorbeeld), is geen evidentie te vinden. Al was het maar omdat cameravormgeving maar één van de vele representatiesystemen is die aan het werk zijn in een scène en dit soort variaties heeft nooit een absolute betekenis. Bovendien zie je deze extremen tegenwoordig zelden. Veel vaker worden subtielere variaties in het perspectief gebruikt zoals:
Bovenaanzicht Neutraal Onderaanzicht

Het Geografische Vlak

In het geografische vlak vind je de perspectieven in het horizontale vlak. Het gaat hier met name om de verhouding tussen wat men noemt "de actielijn" en "de cameralijn". De actielijn geeft de richting van de actie (dat kan zijn beweging maar ook een gesprek of een blik) aan.
De plaats van de camera- ten opzichte van de actielijn noemen we de "cameralijn" en deze bepaalt hoe je de actie als kijker aanschouwt.
Je kunt een actie filmen van opzij: de cameralijn staat haaks op de actielijn. Deze vormgeving maakt dat de kijker het gebeuren vooral aanschouwt. Je staat erbij en kijkt ernaar.
Je kunt echter ook de camera op de actielijn zetten, tussen de twee polen van de aktielijn in. Als de camera zo op de actielijn staat verplaatst men de kijker in de positie waarin hij/zij betrokken wordt bij de actie, althans wat betreft de cameravormgeving. De kijker wordt van observant participant. Je zou kunnen zeggen dat wanneer de cameralijn dichter op de aktielijn komt te staan, men de kijker steeds meer wijst op het belang van hetgeen wordt getoond.
Zowel cameralijn als actielijn zijn variabel door camerabeweging en bewegingen van acteurs (vaak enscènering of mise-en-scène genoemd). Bewegingen hebben ook vaak invloed op de vormgeving in de andere twee vlakken doordat met bv. inloopt op de camera waardoor het kader kleiner wordt of het onderaanzicht steeds meer kikkerperspectief wordt.
In het geografische vlak worden nog wat specifieke termen gehanteerd: Je spreekt van getrokken shots als je over de schouder van het ene personage (1) meekijkt naar het andere (2). Het shot is dan getrokken "over 1" op "2". Men noemt dit ook wel "overshoulder shots.

Wanneer een shot bijna recht op de actielijn gedraaid wordt en het shot wordt voorafgegaan door een shot van een persoon met wie je als het ware gaat "meekijken", wiens perspectief we delen, spreekt men van een subjectief shot of Point-of-view-shot.


Ieder shot wordt onvermijdelijk vormgegeven in alle drie vlakken tegelijk. Door veranderingen in de reeks probeert de regie de attentie van de kijker te richten op specifieke zaken.

Voorbeeldopdracht en - antwoord :

Het is verstandig om eerst zelf de opdracht te maken alvorens door te klikken naar het voorbeeldantwoord. Het voorbeeldantwoord dient ervoor om je eigen antwoord te controleren. Vandaar dat het erg uitgebreid is.
De scène komt uit Hitchcock's klassieker PSYCHO. De vrouw in de scène heeft geld gestolen van haar baas om samen te kunnen zijn met haar lief. Onderweg naar hem brengt ze de nacht door in haar auto om geen sporen na te laten. De volgende ochtend wordt haar voertuig opgemerkt door een oplettende politieman.
a) Welke drie categorieën van visuele vormgeving worden in de de scène systematisch gebruikt? Je hoeft ze hier alleen te noemen.
N.B.: Een term als 'kikkerperspectief' is geen categorie op zich maar onderdeel van een categorie.
b) Analyseer hoe de visuele vormgeving van de scène de spanning in en rond de vrouw verbeeldt. Besteed daarbij aandacht aan alle drie categorieën.
N.B.: Analyse is iets anders dan beschrijven. Bij analyse gaat het om de ontwikkeling in de vormgeving die gekoppeld is aan de dramatische ontwikkeling in de scène zoals die vorm krijgt in en rond de personages.

Klik op de foto voor filmfragment en storyboard


Psycho ontwaakscène


Als je je anwoord geformuleerd hebt, kun je het vergelijken met: Voorbeeldantwoord Psycho Ontwaakscène: Psycho

Waar zit de moordenaar?

Kijk nu opnieuw eens naar de eerste twee fragmenten en analyseer op basis van de cameravormgeving wat de meest waarschijnlijke plek is van de moordenaar c.q. wat er in de tas van Marnie zit:

Klik op de foto voor filmfragment en storyboard

Vergelijk de onderbouwing voor je antwoord op basis van de cameravormgeving met het voorbeeld in de volgende link: Waar zit de moordenaar?

Klik op de foto voor het filmfragment

Wat zat er in de tas?


Dat deze regels in essentie ook toegepast worden bij non-fictie kun je zien als je kijkt naar het moment van de trouwerij van Prins Willem Alexander en Maxima: de traan van Maxima tijdens de tango.



En nu dezelfde scène maar met geluid uit de regieruimte tijdens de opname.


Zelf aan de slag. Oefenopdracht 1: Cameravormgeving in "De Brug"

Deze opdracht zal in het college besproken worden.

De opdracht hoef je niet in te leveren.

De scène komt uit de KRO-serie: Mark Klein Essink speelt een arts die samen met zijn vrouw, Carine Crutzen, op bezoek is bij een studievriend (Hugo Haenen) in Utrecht. Daar leert Mark Klein Essink een vrouwelijke collega kennen waar hij 's avonds een afspraak mee maakt. In de scène komt hij 's avonds laat terug van dit bezoek. Zijn vriend Hugo Haenen wacht Mark Klein Essink op.
Maak een analyse van visuele vormgevingsvariabelen zoals die onderscheiden zijn in de drie vlakken (beeldvlak, geografisch vlak, dieptevlak), die gebruikt worden in het fragment om de dramatische spanning in de scène te ondersteunen.
Let op, aan het einde van de scène is sprake van een wending, of twist als Carine Crutzen, die de vrouw van Mark Klein Essink, speelt, in de scene verschijnt.

Klik op de foto voor filmfragment en storyboard
De cijfers in de shots onder de stills uit de filmscène (bovenste frame van de site), verwijzen naar een nieuw shot. De toegevoegde letters (bv. 2a,2b) geven aan dat het stills zijn uit hetzelfde shot maar van verschillende momenten.



De bewegende kamera

In het fragment van de huilende maxima wordt gebruikt gemaakt van een inzoombeweging. Door aan de zoomlens te draaien verandert het kader. Bij inzoomen gaat men van een groter naar een kleiner kader, bij uitzoomen van een kleiner naar een groter kader.
Een rijder, ook wel 'tracking shot', 'trucking shot' of 'dollyshot' genoemd) is een beweging met de kamera als geheel. Door in te rijden op bijvoorbeeld in persoon wordt zo ook de uitsnede kleiner en omgekeerd.
Overigens geven inzoomen en inrijden een ander effect zoals de bijgaande tekening laat zien.

Tekening vergroten

Inzoomen drukt de objecten die gefilmd worden op elkaar zoals je kunt zien als er bij wielrenwedstrijden ingezoomd wordt op de aanstormende renners. De afstand tussen de renners lijkt geringer dan het in werkelijkheid is. De vertekening ontbreekt bij inrijden.
In de filmgeschiedenis is van het verschil tussen deze twee kamerabewegingen o.a. door Hitchcock gebruik gemaakt in de film Vertigo. Om de duizeligheid bij James Steward te benadrukken als die in een hoog trappenhuis omlaag kijkt, zoomt Hitchcock in terwijl hij tegelijkertijd achteruit rijdt en vervolgens omgekeerd: uitzoomen en inrijden. Het effect is dat het beeld op de voorgrond identiek blijft maar de achtergrond als een harmonica in elkaar gedrukt wordt en weer uit elkaar getrokken wordt.

Vertigo


Bij een pan of panoramashot is er sprake van een horizontale beweging van de kamera, van links naar recht of omgekeerd.
Bij een tilt wordt de kamera van onder naar boven gekanteld of omgekeerd.
Een kraan (crane-shot) of lift beweegt de kamera in zijn geheel naar boven of beneden.
Een mooi voorbeeld is het begin van het eindgevecht uit High Noon. De sheriff, gespeeld door Gary Cooper, wordt door alle bewoners van het stadje in de steek gelaten. Hij staat er alleen voor in het gevecht tegen de schurken. De craneshot benadrukt hier zijn eenzaamheid.

De functie van vormgeving

We kunnen niet genoeg herhalen dat hoewel de verleiding groot is om absolute betekenis toe te kennen aan kamerhoeken, kadrering, perspectieven etcetera, dit volstrekt onjuist is. In de film "Seven" zien we Brad Pitt aan het einde vanuit een kikkerperspectief gefilmd. Toch is hij de verliezer van de scène. Hij knalt hier de seriemoordenaar, gespeeld door Kevin Spacey, af maar juist deze moord is een nederlaag voor Pitt omdat hij hiermee de missie van Spacey voltooid. Je zou kunnen zeggen dat het kikkerperspectief hier een vorm van ironie is.

Se7ven fragment 1



Se7en fragment 2


De context waarin vormgeving gebruikt wordt, bepaalt de functie die de kameravormgeving speelt. Meestal is dat de ontwikkeling van het verhaal dat in de scène geaccentueerd wordt door de stijl van cameravormgeving. Er gebeurt dus heel veel meer in een scène dan alleen cameravormgeving. Vandaar dat de opdrachten voorzien zijn van een toelichting rond het verhaal dat in de scène verteld wordt.
Dramatische ontwikkeling, dramatische spanning tussen mensen is een kwestie van het verhaal. M.a.w. de scenarioschrijver gaat met zijn/haar vormgeving vooraf aan de vormgeving van de regisseur. Die laatste maakt gebruik van de specifieke mediasyntaxis voor audiovisuele media om dit verhaal audiovisueel te vertellen.

De bewegende mens: aspecten van Mise-en-scène

Mise-en-scène is letterlijk: het in scène zetten. De term komt oorspronkeijk uit het theater. De regisseur bepaalt wat er op het toneel gebeurt, zet het in scène. Daar hoort alles bij wat je uiteindelijk als publiek te zien krijgt. De setting, de belichting, het decor, de kostuums, de make-up en de handelingen van de acteurs. Bij film en tv wordt de term ook gebruikt, ook al krijgt het daar een specifieke invulling. Zo is de make up bij filmakteurs anders dan in het theater en is ook de belichting veel complexer.
In dit kader staan we enkel stil bij de bewegingen van de personen. Die bewegingen hebben bij av-media altijd een relatie tot de kameravormgevingvariaties in de drie vlakken.

Net zoals kamerabewegingen invloed hebben op kadrering, kameralijn-aktielijn-verhoudingen en perspectief in het vertikale vlak, geldt dat ook voor de bewegingen die akteurs maken.
In het tweede fragment uit Psycho (de ontwaakscène in de auto) zie je dat de beweging van liggen naar zitten de vrouw groter in het kader zet. Hetzelfde geldt voor het inlopen van de sheriff. Hij komt daardoor niet alleen groter in het kader te staan maar doordat hij vanuit een laag perspectief wordt gefilmd, kijken we ook meer en meer tegen hem op.
Door simpelweg in een scène te stappen kan een acteur een aktielijn creëren, door weg te draaien of zijn blik af te wenden kan hij de aktielijn verleggen of ontwijken.

Zelf aan de slag. Oefenopdracht 2: Cameravormgeving en mise-en-scène in "ER"

Deze opdracht zal in het college besproken worden.
De opdracht hoef je niet in te leveren.

Het video-fragment komt uit de serie ER.
In de scène komt dokter Carter voor het probleem te staan dat hij een bejaard echtpaar moet onderbrengen in een verpleegtehuis. De man is ziek geworden en moet revalideren, de vrouw begint te dementeren. Zij kan dus niet zonder hem wonen. De twee maatschappelijk werksters, bepleiten het samen onderbrengen in één verpleeghuis maar hebben daarbij de hulp van een arts, i.c. Carter nodig. In de scène komt Carter voor een dilemma te staan. Hij kan tijd besteden aan de de wens van het maatschappelijk werk om deze zaak te regelen of gehoor geven aan de eis van zijn baas, dokter Anspaugh, die wil dat Carter meegaat op ronde. Het dilemma waar Carter in deze scène mee worstelt (kies ik voor de patient of kies ik voor mijn baas i.c. mijn positie in het ziekenhuis als arts) krijgt zijn vertaling in de vormgeving. Het verhaal, de verhaal-ontwikkeling rond het hoofdpersonages stuurt als het ware de cameravormgeving.
Dramatische ontwikkeling, dramatische spanning tussen mensen is een kwestie van het verhaal. M.a.w. de scenarioschrijver gaat met zijn/haar vormgeving vooraf aan de vormgeving van de regisseur. Die laatste maakt gebruik van de specifieke mediasyntaxis voor audiovisuele media om dit verhaal audiovisueel te vertellen.

a) Maak een analyse (en dat is wat anders dan beschrijven) van de visuele vormgevingsvariabelen die het dilemma van Carter in de eerste 6 shots van het fragment vorm geven.
N.B. Criterium voor 'belang' is of er ontwikkeling in zit.

Na shot 6 concentreert zich de scène op de strijd tussen Anspaugh en Carter. Hierbij worden deels nieuwe vormgevingsvariabelen gebruikt t.o.v. de eerste zes shots.

b)Maak een analyse van twee belangrijke visuele vormgevingsvariabelen die in dit deel van de scène gebruikt worden om de ontwikkeling in de strijd vorm te geven.

Aan scenarioschrijvers wordt altijd gevraagd wie de 'winner' en de 'loser' van de scène is.

c) Geef aan wie de loser van de scène is en motiveer dat vanuit de visuele vormgeving.

Klik op de foto voor filmfragment en storyboard
De cijfers in de shots onder de stills uit de filmscène (bovenste frame van de site), verwijzen naar een nieuw shot. De toegevoegde letters (bv. 2a,2b) geven aan dat het stills zijn uit hetzelfde shot maar van verschillende momenten.



Toelichting:
Aanbevolen literatuur:
Barsam, R. (2007) Looking at Movies, 2nd ed. New York: Norton
Bordwell, D. & Kristin Thompson (2010) Film Art. Ninth ed. New York: McGraw-Hill.
Kolker, Robert (1999) Film, form an Culture. Boston: McGraw-Hill
Monaco, James Film. Taal, techniek, geschiedenis. Weesp 1984: Het Wereldvenster.