Infographics in soorten en maten

Soorten infographics
Al bladerend door een krant kunnen we verschillende soorten (info)graphics onderscheiden. Smith en Hajash (1989) benoemen in hun artikel "Informational graphics in 30 daily newspapers" negen verschillende soorten (categorieŽn) infographics:

1. pie chart
2. bar chart
3. line or fever chart
4. scatterplot
5. table
6. map
7. list
8. "how graphic" (Smith & Hajash, 1989, p. 716)

Uit deze lijst met verschillende soorten graphics blijkt al dat een groot deel gebaseerd is op het grafisch weergeven van statistische gegevens. Alleen de "map" (kaartjes) en "how graphic" zijn een duidelijk ander soort graphic. Kaarten worden veelvuldig gebruikt in kranten, denk alleen maar al aan de weerberichten en geografische aanduidingen bij artikelen. De "how graphic" wordt minder gebruikt, maar wel steeds vaker. De "how graphic" wordt over het algemeen gebruikt om processen te beschrijven of om verklaringen te geven van (nieuws)feiten die lastig te beschrijven zijn en/of waar geen beelden (foto's) van zijn. Denk bijvoorbeeld aan het (ondergrondse) bunkerstelsel van Irak. In een "how graphic" worden tekst en beeld vaak gecombineerd tot een goed begrijpelijk verhaal, waarin meestal een proces centraal staat.

Art
Voorbeeld van een 'map graphic', geÔntergreerd in het artikel

Samengevat kunnen we stellen dat de infographic een hulpmiddel is, waarmee de krant (op een nieuwe manier) informatie kan bieden aan de lezers. Daarnaast is een ander groot voordeel van de infographic dat het de grijze kolommen doorbreekt, het geeft levendigheid en kleur aan de pagina. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat dit laatste nooit van doorslaggevende betekenis mag zijn bij het wel of niet plaatsen van een infographic. Of zoals Munk (1992) zegt: "The graphic editors must make sure that the newspaper uses graphics when its use promotes the message ≠ and avoid "stupid" jobs. It should not be a goal to give word people what they expect; something to fill the holes on the page"


De "Lie Factor"

Een belangrijk onderdeel voor het "begrijpen" van een infographic is het juist kunnen interpreteren (lezen) van de gepresenteerde gegevens. Ook hier geldt: al doende leert men. Toch is het belangrijk na te gaan of de gepresenteerde gegevens juist zijn. Doordat het bij infographics gaat om een combinatie (integratie) van tekst en beeld is een interpretatiefout snel gemaakt. Dit gaat geldt zeker voor graphics met statistische gegevens. Kloppen de cijfers met het plaatje? Als dit niet het geval is wordt gesproken over de zogenaamde Lie Factor (Tufte, 2001). Hoe deze factor werkt wordt hieronder, mede aan de hand van voorbeelden, uitgewerkt.

Een krant moet de feiten correct weergeven. Dit geldt voor de artikelen en de foto's en zeker ook voor infographics. "And graphical excellence requires telling the truth about the data" (Tufte, 2001). In zijn boek The visual display of quantitative information besteedt Tufte uitgebreid aandacht aan het feit dat infographics gegevens vaak verkeerd (bewust of onbewust) worden weergeven, waardoor interpretatiefouten kunnen ontstaan. Vaak gaat het hierbij om infographics waarbij statistische gegevens worden gepresenteerd in combinatie met een visuele weergave van de cijfers. Lezers worden vaak misleid, doordat de visuele- en tekstuele (cijfers) informatie niet met elkaar corresponderen ("A graphic does not distort if the visual representation of the data is consistent with the numerical respresentation", Tufte, 2001). Vraag is dan welke informatie de lezer eerder gelooft, tekst of beeld, oftewel de linker- of rechter hersenhelft.
De oplossing voor dit probleem is simpel:

"The representation of numbers, as physically measured on the surface of the graphic itself, should be directly proportional to the numerical quantities respresented" (Tufte, 2001).

Alles wat in strijd is met bovenstaande (vuist)regel, wordt door Tufte (2001) aangeduid als de Lie Factor. Daarmee is duidelijk dat de Lie Factor niets meer of minder is dan een factor waarmee grafische misrepresentaties kunnen worden weergegeven.

Edward Tufte stelt dat graphics, waarbij de Lie Factor (ongeveer) gelijk is aan ťťn, het best in evenwicht zijn. Dat wil zeggen waarbij grafische weergave en de cijfers met elkaar in evenwicht zijn. Zodra de Lie Factor groter wordt dan 1.05 of kleiner dan 0.95 is de kans op misinterpretatie groot. De "lezer" van de infographic krijgt een vertekent beeld (Is de kracht van de graphic groter dan die van het geschreven woord? "Ik heb het toch zelf gezien?"). Tufte (2001) merkt bovendien op dat Lie Factors met waarden van twee tot vijf geen uitzonderingen zijn. Hieronder zullen we een voorbeeld laten zien van een infographic met een Lie Factor van 14.8. Het uitrekenen van de Lie Factor wordt stap voor stap uitgewerkt, zodat jullie naderhand de Lie Factor van een aantal andere infographics zelf kunnen uitrekenen.

Voorbeeld uit Tufte (2001), The visual display of quantitative information (second edition).

"Here is an extreme example. A newspaper reported that the U.S. Congress and the Department of Transportation had set a series of fuel economy standards to be met by automobile manufacturers, beginning with 18 miles per gallon in 1978 and moving in steps up to 27.5 by 1985, an increase of 53 percent" (Tufte, 2001).


Hieronder is de infographic afgebeeld die bij het artikel geplaatst stond.

Voorbeeld (Uit: Tufte, 2001)

"The magnitude of the change from 1978 to 1985 is shown in the graph by the relative lengths of the two lines" (Tufte, 2001):

"Thus the numerical change of 53 percent is presented by some lines that changed 783 percent, yielding


which is too big (Tufte, 2001, pp. 57-58).

Hieronder volgen een aantal voorbeelden van infographics waarbij de verhoudingen tussen "beeld" en "getal" niet kloppen. Reken uit hoe groot de Lie Factor van onderstaande graphics is.

Voorbeelden (Uit: Tufte, 2001)

Opgemerkt moet worden dat de Lie Factor over het algemeen alleen voorkomt in graphics waarin statistische gegevens worden gecombineerd met een grafische presentatie van de data. In zogenaamde "how to" graphics zal dit probleem minder aan de orde zijn. Maar voor deze "how to" graphics geldt tevens dat meningvorming minder aan de orde zal zijn.

Tot besluit: met een steeds meer vergrijzend lezersbestand kan de infographic in de nabije toekomst misschien een hulpmiddel zijn om aansluiting te vinden bij een steeds meer visueel ingesteld jeugdig publiek. De infographic appelleerd meer aan een "televisie-achtige manier" van informatievoorziening, waarbij woord en beeld worden geÔntegreerd. Deze vorm zal de jeugd meer aanspreken, waardoor de jeugd zich mogelijk weer meer met kranten gaan identificeren, wat een mogelijke kans is op het overleven van dagbladtitels in de toekomst.

Geraadpleegde literatuur:

Broersma, M. (2004). Vormgeving tussen woord en beeld. De visuele infrastructuur van Nederlandse dagbladen, 1900-2000. Tijdschrift voor Mediageschiedenis, 7 (1), 5-32.

Gessel, H. van. (1995). Een beeld van een dagblad. Amsterdam: De Volkskrant.

Munk, O. (1992). Reporter or artist...the two would be nice. An r&d report on graphic artists and informational graphics at 21 newspapers in Europe and the USA. Department of Graphic Communication (The Graphic College of Denmark, The Graphic Arts Institute, invoegen PDF-adres!)

Tufte, E. (2001). The visual display of quantitative information (second edition). Cheshire, Connecticut: Graphics Press.